Verstedelijking en mobiliteit
Een slimme inrichting van de stedelijke omgeving stimuleert duurzaam verplaatsingsgedrag. Wat zijn passende woonbuurten en de juiste locaties voor werk, winkels en vrije tijd? Welke factoren bepalen het bezit van (elektrische) auto’s of fietsgebruik in huishoudens? Hoe kan je verplaatsingsgedrag, gemeten met GPS, beter interpreteren?
Contactpersoon: Kees Maat
T: (015) 27 87640 E: C.Maat@tudelft.nl
Al decennia lang worden ideeën ontwikkelt om duurzaam verplaatsingsgedrag te stimuleren door een slimme ruimtelijke inrichting. Nederlands beleid verschoof van samenhangende stadsgewesten en compacte steden naar een netwerkbenadering met bundeling rond knooppunten. In de VS werden smart growth wijken ontwikkeld. In alle concepten spelen beheersing van urban sprawl en de juiste mix van bereikbaarheid, density, diversity en design een rol. Veel studies vonden hiervoor empirische ondersteuning.
- Onderzoek van Kees Maat wees ook uit dat de gebouwde omgeving van invloed is op mobiliteit. Hij analyseerde dagelijkse verplaatsingsafstanden, verplaatsingsketens en huishoudensinteracties rond autobezit en gebruik. In een compacte omgeving worden weliswaar iets minder autokilometers gereden, maar latente vraag en compensatie leiden ertoe dat besparing van reistijd weer worden ingezet voor nieuwe verplaatsingen – en door de auto thuis te laten komt deze ter beschikking aan andere gezinsleden.
- Uit het proefschrift van Wendy Bohte bleek dat er ook sprake is van residentiële uitsortering: mensen die bijvoorbeeld graag met de trein reizen, proberen dichterbij het station te gaan wonen. Maar gezinnen willen ook graag in een ruime, groene omgeving wonen. Het heeft dus geen zin om huishoudens te forceren tot compacte woonmilieus.
- Om de causaliteit tussen verstedelijking en mobiliteit nog scherper te krijgen, en bovendien meer inzicht te verwerven in veranderingen die na verloop van tijd optreden in huishoudens, is in 2011 een nieuw promotieonderzoek gestart door Paul van de Coevering.
- Het proefschrift van Eva Heinen onderzocht het woonwerkverkeer per fiets. Naast de afstand, bleken kenmerken van de werkomgeving en de attitude van de werkgever van grote invloed. Slecht weer, formele kleding, of het aandoen van meerdere plekken, verminderen de animo om op de fiets te gaan.
- In 2012 starten twee onderzoeken in het naar transit oriented development (TOD). Dit is een concept waarin de gebouwde omgeving en de vervoersinfrastructuur gezamenlijk worden ontwikkeld. Zowel verplaatsingsgedrag als de governance worden bestudeerd. De beide onderzoeken richten zich respectievelijk op de noordvleugel en de zuidvleugel van de Randstad. Kees Maat en Dominic Stead werken hierin samen met vier andere universiteiten.
- Stedelijke ontwikkeling en de aanleg van vervoersinfrastructuur (spoor, snelwegen) hebben elkaar doorlopend beïnvloed in de afgelopen eeuw. Dena Kasraian is in 2012 gestart met een promotieonderzoek waarin de ontwikkeling van verstedelijking, infrastructuur en openbaar-vervoersgebruik in samenhang worden bestudeerd.
Uit het onderzoek dat is verricht, blijkt dat het beter is om tijd en energie te investeren in mensen die voorkeur geven aan een fietsvriendelijke omgeving of een locatie met gemakkelijke toegang tot efficiënt openbaar vervoer. Echter, lang niet alle huishoudens slagen erin om de gewenste woning te combineren met een voorkeur om te fietsen of van het openbaar vervoer gebruik te maken. Het is dus de uitdaging voor stedenbouwers om aantrekkelijke wijken te bouwen waar mensen minder afhankelijk van de auto zijn. Daarnaast is het van belang om werklocaties bereikbaar te maken voor fiets en openbaar vervoer.
Elektrische mobiliteit
- beschrijving volgt nog
Methoden: meten van verplaatsingsgedrag
- GPS
- attituden
- longitudinaal onderzoek


